Populus nigra L.

Sectie Aigeiros
De zwarte populier. Boom tot 30 meter met variabele kroon meestal onregelmatig betakt. Stam vaak krom soms
bedekt met grote knobbels, soms glad. Verhoute twijgen rond, glanzend loodgrijs, bezet met korte zijtakjes.
Langlot rond tot hoekig rond. Steel plat 3 tot 7 cm. Blad 5 tot 10 cm, ruitvormig, uitlopend in een scherpe punt, aan langlot
driehoekig, bovenzijde (meestal donker) groen onderzijde lichter groen, geen bewimpering. De zwarte
populier is inheems, maar komt al ruim een eeuw, bijna niet meer in Nederland voor als zuivere soort. Eind jaren
tachtig zijn er op diverse locaties in het rivierengebied enkele duizenden jonge zwarte populieren uitgeplant.
Het zijn mannelijke en vrouwelijke klonen gestekt van Nederlandse bomen. Over vijftien jaar kunnen deze bomen
zaad produceren en voor nakomelingen zorgen, zo dat de zwarte populier weer gaat koloniseren in het rivierengebied.
Thans telt Nederland ongeveer honderd oude bomen. P. nigra wordt (ook door deskundigen) verward met de kloon P. euramericana
'Marilandica'. Deze lijkt in veel opzichten op de zwarte populier, zie verschillen.
Natuurlijk areaal: Grote delen van Europa, West Azie en Noord Afrika.
foto, Deze oude zwarte populier staat in de Voorster klei heeft een hoogte van zesentwintig meter en een omtrek
van vijf meter en is ruim 100 jaar oud.